Elektriciteit

Elektriciteit                                   Bekijk hier de B-VCA Oefenvragen

Afgezien van de opwekking van elektriciteit is dit een schelektriciteitone energievorm. Bij gebruik komen er geen gassen vrij. Vaker wordt daarom gekozen voor elektrische apparaten. Gevaar is dan elektrocutie. Voorbeelden gevaren: hijskraan die een leiding raakt, kabel kapot maken bij graafwerkzaamheden, elektrisch gereedschap met beschadigde kabel.

De gevaren ontstaan door kapot materiaal of menselijke gedrag (fouten).
Gevaren bestaan uit elektrocutie, letsel of blijvend letsel, brand en explosiegevaar.
Spanning = uitgedrukt in Volt (V). Stroom = uitgedrukt in Ampère (A). Weerstand = uitgedrukt in Ohm (Ω).

 

Stroom en menselijk lichaam

Stroom kan gevaarlijk zijn voor mensen. Het gevaar hangt af van: Hoogte van de spanning = hogere spanning des te gevaarlijker voor de mens. Vochtigheidsgraad van de huid = Vocht geleidt stroom, denk aan transpiratie tijdens het werken. Dikte van de huid = Dit verschilt per mens en per lichaamsdeel. Aanrakingsoppervlak = Groter oppervlak (beter een vinger dan hele hand aanraken) is gevaarlijker. Weerstand van de ondergrond = Sta je op een rubbermat dan is er minder geleiding mogelijk. Schoeisel = Ook weerstand, des te beter je schoenen zijn geïsoleerd des te minder geleiding.

Kortsluiting

Dit kan op twee manieren ontstaan doordat er geen weerstand meer is. 1. Geen weerstand tussen fasedraad en nuldraad. 2. Geen weerstand tussen twee verschillende fasedraden.

Bij kortsluiting kunnen steekvlammen of vlamboog ontstaan met een temperatuur van 4.000 tot 20.000 graden Celsius.

Download de volledige samenvatting VOL VCA 2017.
 

 

 

Selecteer oefenvragen elektriciteit